
Eigenaarschap binnen Ritselmanagement: van hebben naar voelen
Binnen Ritselmanagement is eigenaarschap een kernbegrip. Misschien wel één van de belangrijkste. Want voordat je überhaupt aan de slag gaat met een (deel)opgave, is de eerste vraag niet: wat gaan we doen? maar: van wie is dit eigenlijk?
Heb jij het eigenaarschap? Wil je het hebben? Of is het juist veel logischer dat netwerkpartners, inwoners of de markt de doelen realiseren, omdat zij er dichter op zitten, meer energie voelen of simpelweg betere oplossingen hebben?
Die vraag vooraf stellen is geen zwakte, maar juist professioneel leiderschap.
Drie vormen van eigenaarschap
Binnen ritselmanagement maken we bewust onderscheid tussen verschillende vormen van eigenaarschap:
- Formeel eigenaarschap
Dit heb je bijvoorbeeld als project- of programmaleider. Het staat op papier, in een opdracht of mandaat. Helder, maar niet voldoende. - Gedeeld eigenaarschap
Dit organiseer je samen, bijvoorbeeld via een convenant, samenwerkingsovereenkomst of gezamenlijke agenda. De opgave is van meerdere partijen tegelijk. - Psychologisch eigenaarschap
En dit is misschien wel de belangrijkste: het gevoel van dit is van mij, hier wil ik mijn nek voor uitsteken. Dit eigenaarschap kun je niet opleggen of vastleggen. Dat moet ontstaan.
In de video bij deze blog geef ik alvast een eerste voorzet, maar dit onderwerp vraagt verdieping, omdat hier in de praktijk vaak spanning ontstaat en vraagt om stil staan aan de voorkant bij ieders rol.
Loslaten om eigenaarschap te laten groeien
Binnen overheidsorganisaties zijn we gewend aan sturen, plannen, verantwoorden en controleren. Terecht. We werken met publieke middelen en in een politieke context. Maar juist bij complexe strategische opgaven, met veel netwerkpartners en inwoners, werkt die reflex vaak averechts.
Als je echt wilt aansluiten bij de samenleving, weet je in september als je een doorkijk moet maken niet precies:
- wat er volgend jaar gaat gebeuren,
- welke oplossingen ontstaan,
- en wat dat exact gaat kosten
Je kunt kaders meegeven, bijvoorbeeld een budget of maatschappelijke doelen, maar als je wilt dat anderen eigenaarschap voelen, moet je ook durven loslaten. Dat vraagt om ruimte in standaard planning & control, om flexibiliteit in verantwoording en om een andere houding van bestuur en raad: je kunt niet overal direct op sturen en als je loslaat nadat je kaders hebt gesteld, kun je in de besluitvorming niet ineens toch nog weer terugkomen op die kaders.
Van vinken naar vonken
Gedeeld en psychologisch eigenaarschap ontstaan niet in spreadsheets of voortgangsrapportages. Ze ontstaan in vertrouwen, in betekenisvolle gesprekken en in de ruimte en de wil om het SAMEN anders te doen.
Dat betekent:
- weg van de risico-regelreflex,
- weg van de afrekencultuur (terwijl je nog wel verantwoording af blijft leggen!),
- en naar een houding van vinken naar vonken.
Maar let op: loslaten alleen is niet genoeg. Een dergelijke insteek vraagt wel daadwerkelijk een omslag in ons denken en doen en dat is hard werken! Het zal ook af en toe leiden tot druk en tegendruk in- en extern, maar dat is helemaal niet erg, want dat betekent dat je bezig bent om die gewenste verandering in praktijk te brengen.
De echte vraag blijft bij het komen tot dat gedeelde en het psychologisch eigenaarschap dus: hoe zorg je dat de ander het eigenaarschap ook écht voelt? Dat gaat over zingeving, invloed, erkenning en autonomie. Thema’s die we ook kennen uit de veranderkunde en motivatieonderzoeken.
Wil je meer verdieping? Lees dan verder in het boek De Vrije Uitloopambtenaar. En zoals altijd: je mag me ook gewoon bellen of mailen om hier eens samen voor jouw opgave over door te praten.
Want ritselen begint bij eigenaarschap op de opgave. Maar het werkt pas echt… als jij én de ander dat ook zo vóélt.
Go go go. 🚀





